Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 13 januari 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 26 maart 2025;
- het aanvullend verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op
- het aanvullend verweerschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 24 oktober 2025;
- de berichten met bijlagen van de man van 27 en 29 oktober 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
Tunikova e.a./Rusland) en het Verdrag van Istanbul inzake huiselijk geweld). Dat in de Nederlandse wetgeving niet expliciet (huiselijk) geweld een factor is waarmee de rechter rekening houdt bij het nemen van zijn beslissing over het gezag, staat gelet op deze verplichtingen daar niet aan in de weg. Familierechters hebben dan ook een eigen verantwoordelijkheid om duidelijkheid te krijgen over dergelijke verdenkingen.