Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 21 tot en met 27
- de brief van 13 mei 2025 waarin de rechtbank meedeelt dat een mondelinge behandeling is
bepaald
2.De zaak in het kort
3.De feiten
“Deze overeenkomst komt eerst tot stand na ondertekening door relatie.”
“De overeenkomst vangt aan nadat Relatie deze rechtsgeldig heeft ondertekend.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Head of Digital & IT”.
e-mail van [persoon E] (hierna: [persoon E] ), medewerkster Sales support van [eiseres] , van
16 augustus 2024, had zij in het Handelsregister gelezen dat er een tweede ondertekenaar moest zijn en heeft zij aan [gedaagde] gevraagd of er gecontracteerd moest worden conform wat is opgenomen in het handelsregister (7.7). [eiseres] wist dus dat [persoon A] niet zelfstandig bevoegd was om de overeenkomst te ondertekenen en was ermee bekend dat [persoon B] moest meetekenen. Dat de vraag van [persoon E] was ingegeven door de leasemaatschappij, zoals [eiseres] stelt, doet er niet aan af dat [eiseres] wist dat [persoon A] niet zelfstandig bevoegd was. Tegen deze achtergrond passeert de rechtbank het op de mondelinge behandeling gedane bewijsaanbod van [eiseres] , dat het de leasemaatschappij was die om een tweede handtekening vroeg.
6.De beslissing
woensdag 17 december 2025voor het nemen van een akte door [eiseres] over de vraag hoe hoog de vergoeding van het negatief contractsbelang zou moeten zijn, waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,