In deze zaak vordert eiseres de ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde wegens ernstige overlast en een ontstane huurachterstand. De overlast betreft geluidsoverlast in de nachtelijke uren, agressief gedrag van gedaagde en haar partner, en politie-inzet veroorzaakt door ruzies in het gehuurde. Diverse omwonenden hebben hierover klachten ingediend, die objectief en structureel zijn vastgesteld.
Gedaagde betwist de overlast, maar erkent de huurachterstand. De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende ernstig en structureel is om ontbinding te rechtvaardigen, waarbij het belang van de omwonenden en eiseres zwaarder weegt dan het woonbelang van gedaagde. De gedragingen van de partner worden aan gedaagde toegerekend omdat hij met haar toestemming in het gehuurde verbleef.
Daarnaast is vastgesteld dat gedaagde een huurachterstand heeft opgebouwd die, in combinatie met de overlast, de ontbinding verder rechtvaardigt. Het opslagbeding in de huurovereenkomst is vernietigd wegens oneerlijkheid, maar de jaarlijkse indexering volgens de consumentenprijsindex blijft geldig. Gedaagde wordt veroordeeld om de woning binnen veertien dagen te ontruimen, de achterstallige huur en gebruiksvergoeding te betalen, een schadevergoeding voor een gebroken ruit te voldoen, en contractuele boetes voor de overlast te betalen. De proceskosten komen eveneens voor haar rekening.