Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak stond de vraag centraal of Actkon B.V., als oud-bewindvoerder van betrokkene, aansprakelijk was voor verdere schade door slecht bewind. Actkon was per 15 februari 2024 ontslagen als bewindvoerder door de kantonrechter. Bij een eerdere tussenbeschikking van 11 oktober 2024 werd Actkon veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding en een bedrag gerelateerd aan een factuur, alsmede tot afgifte van bankafschriften.
De nieuwe bewindvoerder kreeg de opdracht een onderzoek te doen naar eventuele verdere schade gedurende de periode dat Actkon bewindvoerder was. Op 18 augustus 2025 rapporteerde de bewindvoerder dat er geen aanvullende schade was vastgesteld. Tevens was de eindrekening en verantwoording inmiddels ingediend zonder dat daarvoor kosten in rekening waren gebracht.
De kantonrechter oordeelde dat de proceskosten voor rekening van Actkon komen omdat zij in het ongelijk werd gesteld. De kosten werden begroot op € 720,00, bestaande uit salaris gemachtigde en nakosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden.
Uitkomst: Actkon B.V. wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 720,00 met wettelijke rente en verdere schade wordt niet vastgesteld.