ECLI:NL:RBROT:2025:13275
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten die deels niet worden vergoed door haar zorgverzekeraar. Avres wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een voorliggende voorziening is die in principe alle noodzakelijke kosten van medische behandelingen dekt, waardoor bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) niet mogelijk is.
Eiseres betoogde dat de kosten noodzakelijk zijn vanwege haar parodontitis en dat zij aanspraak kan maken op bijzondere bijstand op grond van beleidsregels, mede omdat zij een aanvullende verzekering heeft afgesloten. De rechtbank overweegt dat de Zvw sinds 2006 als toereikende en passende voorziening geldt voor tandheelkundige zorg en dat het niet vergoeden van bepaalde kosten een bewuste keuze is binnen die wetgeving.
De rechtbank stelt vast dat er geen sprake is van zeer dringende redenen die een uitzondering op de hoofdregel van artikel 15 Pw Pro rechtvaardigen. De door eiseres aangeleverde informatie over de gevolgen van niet-behandelde parodontitis overtuigt niet dat het niet verlenen van bijstand tot ernstige gezondheidsproblemen leidt.
Daarom is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt geweigerd vanwege de voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet.