Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift, ontvangen op 4 juli 2025, met bijlagen;
- de brief van verzoekster van 18 augustus 2025, met bijlagen
- het verweerschrift waarin ook een tegenverzoek wordt gedaan, met bijlagen.
2.Het verzoek en het tegenverzoek
3.De beoordeling
’s-Hertogenbosch (uitspraak van 7 november 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3499) vooropgesteld – en de kantonrechter heeft geen reden om anders te oordelen – dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat (onder meer) het onderhavige recht op vruchtgebruik dient als vangnet voor personen wier verzorging niet of onvoldoende gewaarborgd is. De verzorgingsbehoefte van de echtgenoot is maatgevend, omdat de kantonrechter het vruchtgebruik op verzoek van de erfgenamen (of andere rechthebbenden) kan beëindigen voor zover de echtgenoot daaraan voor zijn verzorging geen behoefte heeft (artikel 4:33, tweede lid, aanhef en onder a, BW). Voor de omvang van de verzorgingsbehoefte moet ervan uit worden gegaan dat de langstlevende echtgenoot aanspraak kan maken op een passende voorziening, maar dat is niet hetzelfde als een aanspraak om onder alle omstandigheden het leefpatroon van voorheen voort te zetten. Het gaat hier om een vangnet voor het geval door een erflater of anderszins onvoldoende in de verzorging van diens echtgenoot is voorzien. De omvang kan in elk concreet geval verschillen, waarbij de wettelijke maatstaven omtrent het verschaffen van levensonderhoud tussen gewezen echtgenoten een oriëntatiepunt kunnen vormen.