Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank bevestigt dat vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een afwijkende beslistermijn geldt, zoals eerder vastgesteld in uitspraken van 30 juli 2025. Het UWV dient binnen 40 weken na ontvangst van het beroep alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt het UWV een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen, en veroordeelt het UWV tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De zaak is van licht gewicht omdat het alleen gaat om de vraag of de beslistermijn is overschreden.