Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde (moord);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot verpleging van overheidswege (ongemaximeerd).
4.Waardering van het bewijs
15 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:963).
Ik ben net op Marconiplein geweest. Deze man kom mij doekoe vragen dit dat, ik heb geen doekoe hij is van Oost dit dat. Eindstand niks…. Die vrouw he.. die soma gaat hij die vrouw lastigvallen... He het was gewoon een volwassen vrouw. Ik zeg tegen die man broer val die vrouw niet lastig zij heeft niks. Deze man zegt dit dat ik ben ook van West broer ik ben ook van Spangen. Ik zeg waar ben jij van... Ik zeg broer je weet toch je bent in mijn buurt. Hij zegt wat jou buurt. Ik zeg ben je van hier nee ik ben ook van hier dit dat. Hij zegt broer wat ga je doen dan dit dat. Hij zet zijn hoofd tegen mijn hoofd. Ik zeg wacht ik woon beneden toch. Ik zei ai wacht hier toch het is jou buurt toch. Oke mattie ik heb me omgekleed broer. Ik nu naar daar gaan en ik ga zeggen wat is die torrie) dan broer. Ik …. Ik djoek hem gelijk broer gelijk. Ik heb zo’n kanker Machete op mijn heup broer.”
Hij deed kanker stoer, is a boy van oost, of weet ik veel van waar dat die is bro. Kanker soma. Kijk hier scootoe gelijk daar.”
- De verdachte heeft een ontmoeting met het slachtoffer op het Marconiplein. Die ontmoeting loopt uit op een discussie waarbij ze hoofd aan hoofd gaan staan, maar wordt wel afgerond met een boks, waarna de verdachte het Marconiplein verlaat;
- De verdachte creëert met zijn telefoon een audiobestand waarin hij aan iemand verslag doet van deze ontmoeting en waarin hij zegt dat hij zich heeft omgekleed, daar naartoe gaat om te vragen wat het verhaal is en hem gelijk neer gaat steken. Hij heeft naar eigen zeggen een “machete” op zijn heup;
- De verdachte heeft zich omgekleed en is daadwerkelijk teruggekeerd naar het Marconiplein terwijl hij een mes bij zich draagt. Dit laatste, omdat hij volgens zijn verklaring op de terechtzitting altijd een mes bij zich heeft. De verdachte heeft het mes dus ook na het omkleden weer met zich meegenomen;
- Uit het dossier blijkt dat de verdachte van zijn ouders geen sleutel van hun woning in het woningencomplex heeft gekregen, zodat hij altijd moet aanbellen om naar binnen te kunnen. Voordat hij naar het Marconiplein teruggaat, plaatst hij bij het verlaten van het woningencomplex een object (wat lijkt op een witte zak), tussen de portiekdeur en het kozijn zodat deze niet dichtvalt;
- De verdachte maakt, nadat hij is aangekomen bij het Marconiplein, in totaal drie videobestanden. De verdachte lijkt het slachtoffer eerst niet te kunnen vinden en filmt het slachtoffer vervolgens vanaf een afstand, terwijl hij daarbij zegt dat het slachtoffer geluk heeft en dat hij een groot mes bij zich heeft;
- De verdachte loopt op het slachtoffer af, kort nadat verbalisanten het slachtoffer gecontroleerd hebben en uit beeld zijn gegaan, waarna de verdachte en het slachtoffer direct hoofd aan hoofd gaan staan met elkaar en in een discussie raken;
- De verdachte loopt op het moment van het steken enkele stappen van het slachtoffer vandaan, draait zich om en stapt direct in op het slachtoffer waarna hij het slachtoffer meerdere malen steekt en snijdt. Dit strookt met zijn vooraankondiging in het audiobestand;
- De verdachte filmt het slachtoffer dat als gevolg van het steken bloedend op de grond is komen te liggen. Daarbij trapt hij het slachtoffer meerdere keren terwijl hij hem dreigende woorden toevoegt;
- De verdachte laat na hulp voor het slachtoffer in te roepen.
- De verklaring van de verdachte, voor het eerst op de terechtzitting van 15 oktober 2025, dat hij terugging naar het Marconiplein uit bezorgdheid om de vrouw bij het tramhokje en dat hij, toen hij haar daar niet meer zag, er ging roken en muziek luisteren, waarbij hij werd aangeroepen door het slachtoffer waarna deze zo dreigend werd dat hij heeft moeten handelen ter zelfverdediging;
- De verklaring van de verdachte, eveneens voor het eerst op voornoemde terechtzitting, dat hij die avond een vrouw had ontmoet in de stad met wie hij een afspraak had gemaakt: zij zou hem komen ophalen in de vroege ochtend bij het Marconiplein. Reden waarom hij andere kleding had aangedaan voordat hij daar naartoe terug ging. Hij heeft haar daar echter niet meer gezien en heeft daarom nog diezelfde dag haar gegevens verwijderd.
of omstreeks12 mei 2024 te Rotterdam,
, althans een scherp en/of puntig voorwerpin de linkerflank,
in hetbe
nen,
deborst, buik, arm en
/ofrug
, in elk geval in het lichaamvan die [slachtoffer] te steken
en/of te snijden.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregelen
2 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor strafbare feiten met een geweldscomponent.
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 17.500,00 aan immateriële schade (zijnde affectieschade). Beide schadeposten zijn met bescheiden onderbouwd. De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. Tevens heeft de benadeelde partij verzocht om de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: schadevergoedingsmaatregel) op te leggen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
€ 29.656,00 (zegge: negenentwintigduizend, zeshonderd en zesenvijftig euro), bestaande uit € 12.156,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en € 17.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen
€ 29.656,00(hoofdsom,
zegge:
negenentwintigduizend, zeshonderd en zesenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
183 dagen;
scherp en/of puntig voorwerp, in de linkerflank, benen, borst, buik, arm en/of rug,