ECLI:NL:RBROT:2025:12826

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
11917291 VZ VERZ 25-6465
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 sub g BWArt. 7:670 BWArt. 7:671b lid 1 onder a BWArt. 7:671b lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met vergoeding

De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in de zaak tussen Arouli B.V. en een werknemer. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 december 2025 wegens een verstoorde arbeidsverhouding die niet betwist werd door partijen. De werknemer was sinds een bepaalde datum in dienst en werkte onder de Horeca CAO.

Partijen erkenden dat de samenwerking ernstig was verstoord en dat herplaatsing niet mogelijk was. De werknemer was op dat moment arbeidsongeschikt, waardoor een opzegverbod van toepassing was, maar het ontbindingsverzoek hield geen verband met die omstandigheden. De kantonrechter concludeerde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ontbinding was voldaan.

De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding toe en veroordeelde Arouli tot betaling van een bruto beëindigingsvergoeding van €3.000,-, een hoger bedrag dan de berekende transitievergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking werd gegeven door kantonrechter W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2025 met een bruto beëindigingsvergoeding van €3.000,-.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11917291 VZ VERZ 25-6465
datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Arouli B.V.,
gevestigd te Maasland, gemeente Midden-Delfland,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R. de Rijk (Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn),
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. M. Ter Haar-Bas, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘Arouli’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van Arouli, met bijlagen;
  • het verweerschrift van [verweerster] .
1.2.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling van de zaak en hebben de kantonrechter verzocht op basis van de stukken een beslissing te geven.

2.De beoordeling

2.1.
[verweerster] is sinds [datum] bij Arouli in dienst in de functie van [naam functie] tegen een laatstelijk geldend salaris van € 1.462,24 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. De arbeidsovereenkomst wordt beheerst door de Horeca CAO.
2.2.
Arouli verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden per
1 december 2025 omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens Arouli is dit niet aan [verweerster] te wijten en heeft zij haar werkzaamheden steeds naar behoren verricht.
2.3.
[verweerster] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij erkent dat er problemen gerezen zijn in de samenwerking tussen partijen en dat partijen herhaaldelijk overleg hebben gepleegd over de ontstane situatie, zonder dat dat overleg tot een oplossing heeft geleid. [verweerster] erkent dat nu sprake is van een situatie die een verdere vruchtbare samenwerking tussen partijen in de toekomst in de weg staat.
2.4.
De kantonrechter stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het daardoor niet meer mogelijk is om samen te werken. Dit is een redelijke grond. Ook zijn partijen het erover eens dat herplaatsing niet mogelijk is (artikel 7:669 lid 1 en Pro 3 sub g BW).
2.5.
[verweerster] is op dit moment arbeidsongeschikt, daarom geldt een opzegverbod (artikel 7:670 BW Pro). Arouli heeft onbetwist gesteld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dat opzegverbod betrekking heeft. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen.
2.6.
De kantonrechter concludeert dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671b lid 1 onder a, lid 2 en lid 6 BW). Hij wijst daarom het verzoek toe.
2.7.
Arouli verzoekt om te bepalen dat zij een vergoeding van € 3.000,- bruto aan [verweerster] moet betalen. De kantonrechter heeft de transitievergoeding zelf berekend. Hij heeft geconstateerd dat die lager is dan € 3.000,- bruto. Kennelijk is Arouli bereid een hogere vergoeding te betalen. De kantonrechter veroordeelt Arouli daarom tot betaling van genoemd bruto bedrag van € 3.000,-.
2.8.
De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten moeten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de wederpartij voor deze rechtszaak heeft gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025;
3.2.
veroordeelt Arouli om een beëindigingsvergoeding van € 3.000,- bruto aan [verweerster] te betalen;
3.3.
bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394