ECLI:NL:RBROT:2025:12328
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking AIO-aanvulling wegens ontbrekend verblijfsrecht
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger, had een verblijfsvergunning in het kader van de Verblijfsvergunning Mensenhandel die met terugwerkende kracht werd ingetrokken. Deze intrekking werd onherroepelijk verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) trok daarop de AIO-aanvulling in vanaf 10 juni 2024 en vorderde de betaalde bedragen terug. Verzoeker diende bezwaar in en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitkering te behouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de SVB terecht uitging van het ontbreken van een geldige verblijfstitel in de beoordelingsperiode. De aanvraag van een EU-verblijfsrecht na deze periode kon niet leiden tot herleving van het recht op AIO. De SVB had haar onderzoeksplicht vervuld door navraag bij de IND, die bevestigde dat verzoeker geen verblijfsrecht had.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat verzoeker geen recht had op de AIO-aanvulling in de relevante periode. Dit betekent dat tijdens de bezwaarprocedure geen bijstandsuitkering wordt verstrekt. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor verzoeker gedurende de bezwaarfase geen AIO-aanvulling ontvangt.