Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 12 maart 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 28 juli 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 29 juli 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
matevan betrokkenheid bij de minderjarige niet doorslaggevend. Voldoende is dat de man, in dit geval door verzorging van en contact met de minderjarige, zijn betrokkenheid bij haar heeft getoond, hetgeen ook blijkt uit de foto’s die de man heeft overgelegd. De man staat namelijk samen met de minderjarige op meerdere foto’s die bovendien ook verschillende levensfasen van de minderjarige weergeven; op de foto’s is te zien dat de leeftijd van de minderjarige verschilt van baby tot kleuter (voor zover de rechtbank kan beoordelen). De man stelt ook dat hij, na de relatiebreuk met de vrouw, tot 2017 contact heeft gehouden met de minderjarige. De vrouw heeft dit niet ontkend, maar tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat dit contact eindigde toen de man haar, kort gezegd, in een kwaad daglicht stelde.
quaaard, duur en frequentie het meest tegemoet aan het belang van de minderjarige?
4.De beslissing
1 AUGUSTUS 2026 PRO FORMA;