ECLI:NL:RBROT:2025:11603
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde recreatiecentrum op bedrijventerrein in Delft
Eiseres betwistte de WOZ-waarde van een recreatiecentrum gelegen op een bedrijventerrein in Delft, vastgesteld op € 2.303.000,- per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. De rechtbank beoordeelde het beroep op 29 juli 2025 en constateerde dat het beroepschrift grotendeels algemene en onsamenhangende stellingen bevatte, die niet relevant waren voor de zaak.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de waarde onderbouwde met de huurwaarde-kapitalisatiemethode (hwk-methode), waarbij een huurwaarde van € 264.792,- werd gehanteerd, gebaseerd op vergelijkbare objecten op dezelfde locatie. Hoewel er een motiveringsgebrek was in de uitspraak op bezwaar vanwege onduidelijkheid over de gehanteerde huurwaarde, leidde dit niet tot een andere uitkomst van de bezwaarprocedure.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat de huurwaarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij eiseres het betaalde griffierecht en proceskosten werd vergoed. Een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.