Op 3 april 2025 trof de politie in een kamer te Rotterdam een Glock-pistool met 17 kogelpatronen en 141,6 gram heroïne aan. Verdachte was aanwezig in die kamer en werd aangehouden. Daarnaast werd een Zoraki-pistool in beslag genomen, maar dit wapen werd door een medeverdachte uit een raam gegooid voordat de politie binnenkwam.
De rechtbank vond bewezen dat verdachte het Glock-pistool, de munitie en de heroïne in bezit had. Voor het Zoraki-pistool was onvoldoende bewijs, ondanks dat het DNA van verdachte op het wapen was aangetroffen, omdat verdachte zich op dat moment in een andere ruimte bevond en verklaarde niets van het wapen te weten.
Verdachte had een eerdere veroordeling voor bezit van harddrugs en kampt met verslavingsproblemen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zeven maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf is lager dan geëist vanwege de vrijspraak voor het tweede vuurwapen.
De rechtbank benadrukte de ernst van het ongecontroleerd bezit van wapens en drugs en hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De straf is bedoeld om recht te doen aan de aard en ernst van de feiten.