Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
Samenvatting
Procesverloop
[straat 2] – Maastunnel – Dorpsweg – Wielewaalstraat – Carnissesingel – Zuidplein (de Maastunnelcorridor), in beide richtingen. De HOV-bus gaat de huidige buslijn 44 vervangen. Deze route is voorgesteld door de RET op 26 mei 2023 in het kader van de vervoerkundige voorstellen van het jaar 2024 (Vervoersplan 2024). Het voorstel van de RET voor het jaar 2024 betrof ook een wijziging van de route van buslijn 32, als gevolg van de wijziging in buslijn 44. De wijziging in buslijn 32 dient ertoe de overstapmogelijkheden binnen het openbaar vervoernetwerk rondom het Erasmus MC te verbeteren. In het voorstel staat dat buslijn 32 via de OV-knoop Dijkzigt gaat rijden. De nieuwe route is: Mathenesserlaan – [straat 2] – [straat 1] – Wytemaweg – Eendrachtsplein. Door de wijziging loopt buslijn 32 over de parallelbaan langs het [wooncomplex] , waar eiser woont. De MRDH heeft het voorstel van de RET (Vervoersplan 2024) op 20 september 2023 geaccepteerd.
[straat 2] zijn besproken. Verder blijkt uit het al eerder door het college overgelegde verslag van het Verkeersoverleg Gebied Centrum van 16 oktober 2023 dat expliciet is benoemd dat buslijn 32 een nieuwe route krijgt. [2] De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de politie op de hoogte moet zijn geweest van de wijziging van de route van buslijn 32 en de wijze waarop het verkeersbesluit daaraan uitvoering geeft. Hoewel in het dossier bijvoorbeeld geen e-mail is opgenomen waaruit blijkt welke stukken naar de politie zijn verstuurd, blijkt uit de verslagen van de Verkeersoverleggen dat de maatregelen van het verkeersbesluit in detail zijn besproken. De stelling van eiser dat de politie niet op de hoogte was van het volledige dossier, kan de rechtbank dus niet volgen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan te nemen dat de politie onvolledig geïnformeerd was en daardoor niet tot de conclusie kon komen dat het verkeersbesluit voldoende de verkeersveiligheid garandeert. Eiser heeft ook niet op een andere wijze aannemelijk gemaakt dat het college vanwege de verkeersveiligheid het verkeersbesluit niet had mogen nemen.