De rechtbank Rotterdam behandelde een civiel geschil tussen Stichting Kliniek Naaldwijk (SKN) en Estrec B.V. over de verdeling van omzet gerealiseerd in de kliniek en de facturering aan patiënten. De kern van het geschil betrof de vraag welke afspraken tussen partijen golden over de omzetverdeling in de periode 2016 tot en met 2021 en de bevoegdheid van Estrec om zelf declaraties te versturen.
De rechtbank oordeelde dat Estrec niet slaagde in haar bewijsopdrachten om af te wijken van de schriftelijke overeenkomsten die de omzetverdeling regelden. De niet-getekende overeenkomst was van toepassing op de periode september 2018 tot en met december 2019, en de getekende overeenkomst op de jaren 2020 en 2021. Estrec erkende dat de omzet in 2016 verzekerde zorg betrof, waardoor 30% van die omzet aan Estrec toekomt.
Verder stelde de rechtbank vast dat Estrec onrechtmatig zelf facturaties aan patiënten heeft verricht, in strijd met de overeenkomst. SKN werd daarom een verklaring voor recht toegekend dat Estrec tekort is geschoten en dat zij de schade moet vergoeden, welke nader zal worden vastgesteld in een schadestaatprocedure.
Ten aanzien van de gevorderde gegevensverstrekking oordeelde de rechtbank dat Estrec aan haar verplichtingen had voldaan, ondanks bezwaren van SKN over de volledigheid en juistheid van de aangeleverde gegevens. De proceskosten werden grotendeels aan Estrec opgelegd, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.