Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 29 mei 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 19 augustus 2024;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 22 augustus 2024.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
4.Beoordeling van de nog voorliggende verzoeken
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.
gezamenlijkopgroeien en zij zijn geworteld in Hellevoetsluis. De man woont daar nog en daarom wordt de hoofdverblijfplaats van beide minderjarigen bij hem bepaald.
uiteindelijkde man om toestemming vroeg voor de inschrijving van [voornaam minderjarige 1] op een nieuwe school […]”, cursivering van de rechtbank) de man terug begon te krabbelen.
verhuizingvan de kinderen. Het verblijf van de vrouw bij haar ouders werd door haar gepresenteerd als een tijdelijk verblijf in de eerste dagen, misschien weken, na het verbreken van de relatie. Dat de man zich daartegen niet heeft verzet is iets heel anders dan toestemming geven voor een permanente verplaatsing.
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat (2 punten in tarief II)
- totaal € 1.548,00