De rechtbank Rotterdam behandelde twee aan elkaar gevoegde civiele zaken waarin de gemeente Dordrecht percelen van Aagro Bouw B.V. en Eijk-Euser B.V. vervroegd onteigende. Na eerdere tussenvonnissen waarin voorschotten op schadeloosstellingen en kosten werden vastgesteld, bereikten partijen overeenstemming over de definitieve schadeloosstellingen en bijkomende kosten.
Tijdens een plaatsopneming op 8 maart 2024 bevestigden partijen hun akkoord over de schadeloosstellingen, waarbij de rechtbank het aanbod van de gemeente handhaafde en gedaagden dit accepteerden. De rechtbank stelde vast dat de eigendomsovergang een met btw belaste levering van een bouwterrein betrof, waardoor de schadeloosstelling inclusief 21% btw werd vastgesteld.
De rechtbank legde vast dat de gemeente de resterende bedragen na aftrek van reeds betaalde voorschotten aan Aagro Bouw en Eijk-Euser dient te betalen. Daarnaast werd een bijkomend aanbod van de gemeente over vergoeding van eventuele belastingschade aanvaard en opgenomen in het vonnis. Ook werden de kosten voor juridische en deskundige bijstand, griffierechten en de kosten van de rechtbankdeskundigen vastgesteld en toegewezen aan de gemeente.
Tot slot wees de rechtbank de Staatscourant aan voor publicatie van het vonnis. Partijen deden afstand van mondelinge behandeling en vroegen om een eindvonnis waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. De uitspraak werd op 17 april 2024 in het openbaar uitgesproken.