ECLI:NL:RBROT:2024:7162
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering en terugvordering OV-schuld wegens niet tijdig stopgezet studentenreisproduct
Eiseres startte in oktober 2020 een opleiding Sociaal werker maar kon deze niet afronden vanwege het ontbreken van een stageplek. Zij stelde dat de onderwijsinstelling verwijtbaar handelde en dat dit niet aan haar toegerekend mocht worden. De minister van Onderwijs herzag haar studiefinanciering over de periode januari 2022 tot en met december 2023 en vorderde €18.187,86 terug. Tevens ontstond een OV-schuld van €4.478,21 over februari 2022 tot en met juli 2023 omdat het studentenreisproduct niet tijdig werd stopgezet.
De rechtbank oordeelde dat eiseres op grond van de Wet studiefinanciering 2000 zelf verplicht was wijzigingen door te geven en dat een inschrijving een zaak is tussen onderwijsinstelling en student. Eiseres had niet aangetoond dat zij vanaf januari 2022 bij een andere instelling stond ingeschreven. Hierdoor ontving zij studiefinanciering waar zij geen recht op had, wat rechtvaardigt dat de minister deze terugvordert.
Daarnaast heeft eiseres geen recht meer op het studentenreisproduct en had zij dit tijdig moeten stopzetten. De opgelegde OV-schuld vloeit voort uit de wettelijke verplichting tot stopzetting. Eiseres heeft geen uitzonderingen kunnen aantonen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van studiefinanciering en de OV-schuld wordt ongegrond verklaard.