ECLI:NL:RBROT:2024:6791
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor warmtekosten bij medische noodzaak en stadsverwarming
Eiser, een alleenstaande met AOW en AIO en een medische noodzaak voor hogere woningtemperatuur vanwege COPD, vroeg bijzondere bijstand voor warmtekosten aan. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende na bezwaar een warmtetoeslag toe op basis van een vergelijking van verwarmingskosten met Nibud-richtlijnen.
Eiser stelde beroep in tegen de hoogte van de toeslag, betwistte de berekeningswijze en de vergelijking met gaskosten terwijl hij stadsverwarming heeft. De rechtbank oordeelde dat het college in het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde door een andere berekeningswijze in het verweerschrift te hanteren dan in het besluit.
Desondanks achtte de rechtbank de nieuwe motivering met verwijzing naar de minima-effectrapportage van Nibud aanvaardbaar en concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij benadeeld was door de vergelijking met gaskosten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar de warmtetoeslag blijft ongewijzigd; het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.