ECLI:NL:RBROT:2024:6550
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens grote hoeveelheid softdrugs
Op 16 april 2024 werd in de woning van verzoeker een grote hoeveelheid softdrugs aangetroffen, waaronder bijna 60 kilo gedroogde henneptoppen en 2.375 pillen Diazepam. De burgemeester besloot daarop de woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker stelde dat de drugs voor een bevriende coffeeshophouder waren en dat de sluiting onevenwichtig en punitief was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden, omdat het bestuursrechtelijke besluit niet vereist dat schuld wordt vastgesteld. De grote hoeveelheid drugs maakte aannemelijk dat de woning een rol speelde in drugshandel, wat sluiting noodzakelijk maakte ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde.
Verzoekers bezwaren over de gevolgen van de sluiting, zoals de verzorging van planten en vissen en de verkoop van de woning, werden niet voldoende geacht om de sluiting onevenwichtig te maken. De belangen van de openbare orde wogen zwaarder dan verzoekers belangen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens de vondst van een grote hoeveelheid softdrugs wordt afgewezen.