Op 16 mei 2024 sprak de rechtbank Rotterdam een vonnis uit in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 2001. Na de uitspraak bleek dat de eis van de officier van justitie onjuist en onvolledig was weergegeven in het vonnis. De fout betrof de strafvordering die aanvankelijk was vermeld als 15 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
De rechtbank heeft op 17 mei 2024 een herstelvonnis uitgesproken waarin deze kennelijke fout werd hersteld. De eis werd aangepast naar een veroordeling tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden geadviseerd door de reclassering.
Het herstelvonnis bevestigt de bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde en wijzigt uitsluitend de strafvordering. De griffier is opgedragen deze correctie aan het originele vonnis te hechten. De jongste rechter kon het herstelvonnis niet medeondertekenen.