ECLI:NL:RBROT:2024:5798
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen blokkering bijstandsuitkering wegens uitschrijving en buitenlandse transacties
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de blokkering van hun bijstandsuitkering per 1 maart 2024 en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Het college had verzoekers uitgeschreven uit de basisregistratie personen (BRP) per 2 januari 2024 en een onderzoek ingesteld naar het recht op bijstand. Daarnaast werden op bankafschriften buitenlandse transacties aangetroffen zonder dat verblijf in het buitenland was doorgegeven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een voldoende spoedeisend belang om de zaak te behandelen. Volgens vaste rechtspraak is het blokkeren van bijstand rechtmatig als het college het gegronde vermoeden heeft dat het recht op bijstand is vervallen. Verzoekers voldeden niet aan de voorwaarde van hoofdverblijf in Rotterdam en hadden geen adreswijziging doorgegeven. Pogingen tot een gesprek met een sociaal rechercheur mislukten.
Gezien de uitschrijving uit de BRP en de buitenlandse transacties mocht het college vermoeden dat het recht op bijstand was vervallen. Daarom was de blokkering van de uitkering gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor het college niet verplicht is de uitkering alsnog uit te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de blokkering van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.