Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 mei 2024, met bijlagen;
- de mondelinge behandeling van 24 mei 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres betaling van de waarborgsom en restant huur na ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige gebreken aan de gehuurde woning. De huurovereenkomst was gesloten voor een jaar, maar eiseres en haar partner verlieten de woning vanwege onopgeloste gebreken en een gevaarlijke elektrische situatie.
Eiseres ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk per 19 februari 2024 en vorderde de terugbetaling van de waarborgsom en resterende huur. Gedurende de procedure betwistte gedaagde de gegrondheid van de ontbinding en stelde dat eiseres zelf de bedrading had doorgeknipt. Dit verweer werd niet onderbouwd.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was, mede gelet op de onderbouwde stellingen en foto’s van eiseres en het nalaten van gedaagde om de gebreken te verhelpen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.736,- en de proceskosten van € 766,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.736,- en proceskosten van € 766,72 na rechtsgeldige ontbinding van de huurovereenkomst wegens gebreken.