Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de oma, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam03];
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam04].
Rechtbank Rotterdam
De moeder verzocht de rechtbank om haar met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind te belasten, aangezien zij inmiddels meerderjarig is en het gezag momenteel bij een gecertificeerde instelling (GI) berust vanwege haar minderjarigheid bij de geboorte.
De moeder woont in een begeleid wonentraject en ontvangt ondersteuning, maar de GI en de Raad voor de Kinderbescherming uiten zorgen over haar huidige vermogen om de zorg en verantwoordelijkheid voor het kind volledig te dragen. De oma moederszijde verzorgt het kind momenteel en de moeder en oma onderhouden een goede relatie, hoewel er in het verleden spanningen waren.
De rechtbank overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het gezag slechts kan worden overgedragen als er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Gezien de kwetsbaarheid van de moeder, de noodzaak van voortdurende begeleiding en het belang van stabiliteit voor het kind, wijst de rechtbank het verzoek af.
De beslissing is gebaseerd op het feit dat de moeder nog onvoldoende in staat is de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van het kind te dragen, en dat het gezag bij de GI moet blijven om continuïteit en stabiliteit te waarborgen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om met het ouderlijk gezag over het kind te worden belast is afgewezen.