Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 oktober 2023, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 28 november 2023;
- de akte van Hef Wonen, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft sinds januari 2020 een woning gehuurd met een geliberaliseerde huurprijs, maar heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. Verhuurder Stichting Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur met rente. De gedaagden zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.
De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de huurprijswijzigingsbepalingen op oneerlijkheid conform Richtlijn 93/13 EG. De bepalingen die verhuurder de mogelijkheid geven om jaarlijks de huurprijs te verhogen zonder duidelijke grenzen worden als oneerlijk aangemerkt. Echter, omdat Hef Wonen heeft aangetoond dat zij de huurverhogingen beperkt heeft tot wettelijk toegestane maxima, wordt de oneerlijke bepaling vervangen door een eerlijke regeling.
De huurachterstand wordt vastgesteld op €5.881,92 tot en met oktober 2023, met daarbij verschuldigde wettelijke rente. De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens wanbetaling, waarna de gedaagden de woning binnen veertien dagen moeten ontruimen en een gebruiksvergoeding verschuldigd zijn tot ontruiming. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen vanwege een oneerlijke kostenbepaling in de huurovereenkomst. Proceskosten worden niet toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagden veroordeeld tot betaling van huurachterstand en rente, en tot ontruiming binnen veertien dagen.