ECLI:NL:RBROT:2024:4291
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens disproportionaliteit bij verdenking wapenhandel
Op 4 juli 2023 werd onder de klager een contant geldbedrag van €33.995 in beslag genomen. Dit klassieke beslag werd op 26 januari 2024 omgezet in een conservatoir beslag met het oog op een mogelijke geldboete. De klager voert aan dat de verdenking voor witwassen is vervallen en dat de kans op een geldboete of ontnemingsvordering zeer gering is, mede gelet op de LOVS-richtlijnen en zijn gezondheid.
De rechtbank heeft het beklag op 22 maart 2024 behandeld waarbij de klager niet aanwezig was, maar zijn advocaat en de officier van justitie wel. De officier van justitie stelde dat het niet onwaarschijnlijk is dat een geldboete of ontnemingsvordering zal worden opgelegd en dat het conservatoir beslag daarom gehandhaafd moet blijven.
De rechtbank oordeelt dat de officier van justitie onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de waarde van het beslag zich verhoudt tot de te verwachten betalingsverplichting. Gezien de feiten acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat een geldboete of ontnemingsvordering zal worden opgelegd. Voortzetting van het beslag is daarom in strijd met proportionaliteit en subsidiariteit.
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van het volledige bedrag van €33.995 aan de klager. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het conservatoir beslag van €33.995 wordt opgeheven en het bedrag wordt aan de klager teruggegeven.