ECLI:NL:RBROT:2024:3536
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugs en wapens
Op 29 januari 2024 werd in de woning van verzoekster een grote hoeveelheid cocaïne en vijf handvuurwapens aangetroffen tijdens een politieonderzoek naar een crimineel samenwerkingsverband. De burgemeester besloot de woning per 5 april 2024 voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting gezien de omvang van de aangetroffen drugs en wapens. De indicatieve test was voldoende bewijs in bestuursrechtelijke zin. De sluiting werd niet als punitief gezien en was noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat.
Hoewel verzoekster aanvoerde dat haar baby medische zorg nodig heeft en gebonden is aan de woning, vond de voorzieningenrechter dat dit niet aannemelijk was en dat alternatieve opvang beschikbaar is. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de sluiting evenwichtig is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.