Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die zich op het standpunt stelde dat een verzoekschrift alleen door een advocaat kon worden ingediend. Het verzoekschrift betrof de herroeping van meerdere familie- en jeugdrechtelijke procedures en het verkrijgen van dossiers.
De rechtbank stelde verzoeker bij brief in de gelegenheid het verzoekschrift alsnog door een advocaat te laten indienen. Verzoeker reageerde met een wrakingsverzoek tegen de rechter die deze opvatting had.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen een rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt. Omdat de zaak nog niet aan een rechter was toegewezen en de correspondentie alleen van de griffier kwam, kon het wrakingsverzoek niet worden ontvangen.
Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek was niet nodig. De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de zaak nog niet aan een rechter is toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/671191 / HA RK 23-1297
Beslissing van 4 januari 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
de rechter die zich op het standpunt stelt dat een advocaat verplicht is bij het door verzoeker ingediende verzoekschrift met kenmerk C/10/670871 / JE RK 23-2931,
hierna te noemen: de rechter.
1.De procedure
1.1.
Verzoeker heeft op 29 september 2023 bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend dat strekt tot:
herroeping van een zevental familie- / jeugdrechtelijke procedures die zijn gevoerd bij de rechtbank Rotterdam;
het aan verzoeker verstrekken van de dossiers van die procedures;
het gezamenlijk behandelen van de procedures ten aanzien van de noodzaak van de diverse kinderbeschermingsmaatregelen en
verwijzing van de gehele procedure naar een andere rechtbank vanwege gebleken partijdigheid van de rechtbank Rotterdam.
Dit verzoekschrift is bij de rechtbank geregistreerd met kenmerk C/10/670871 / JE RK 23-2931.
1.2.
Bij brief van de griffier van 21 december 2023 is het volgende aan verzoeker meegedeeld:
“…….
De rechtbank heeft uw verzoekschrift ontvangen. Dit verzoekschrift kan echter slechts door een advocaat worden ingediend.
Hierbij krijgt u een termijn van twee weken na de datum van deze brief om dit verzuim te herstellen en uw verzoek alsnog door een advocaat te laten indienen.
Wanneer na afloop van deze termijn wordt geconstateerd dat u geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot herstel van genoemd verzuim, zal u niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
Voor vragen kunt u zich wenden tot het Juridisch Loket,
……”
1.3.
Bij e-mailbericht van 25 december 2023 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.
1.4.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven verzoekschriftprocedure met kenmerk C/10/670871 / JE RK 23-2931.
2.Het verzoek tot wraking
2.1.
Samengevat en zakelijk weergegeven komen de door verzoeker aangevoerde gronden er op neer dat hij het niet eens is met de mededeling van de griffier dat zijn verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat.
3.De beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 36 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat de zaak inmiddels aan een rechter is toebedeeld. De tot nu toe in de zaak met verzoeker gevoerde correspondentie is afkomstig van de griffier. Om deze redenen kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.2.
Voor een behandeling van het verzoek ter zitting van de wrakingskamer bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3.3.
De wrakingskamer zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.
4.De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. M. Fiege en
mr. W.J. Roos-van Toor, rechters.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. M. Fiege in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2024 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.
de griffier de oudste rechter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.