Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 augustus 2023, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een affectieve relatie en huurden samen een woning. Na het beëindigen van hun relatie verliet de vrouw met het minderjarige kind de woning, maar zij wil de huur voortzetten. De man wil eveneens in de woning blijven wonen. De kantonrechter overweegt dat beide partijen evenveel belang hebben bij voortzetting van de huurovereenkomst, maar het belang van het kind, dat het grootste deel van de tijd bij de vrouw verblijft en daar naar school gaat, weegt zwaarder.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een gelijkwaardig zorgmoment heeft, terwijl de vrouw dit betwist. Op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro en artikel 3 IVRK Pro wordt de huurovereenkomst voortgezet ten behoeve van de vrouw met uitsluiting van de man. De vordering van de man wordt afgewezen. Omdat de man de woning al heeft verlaten, wordt hij niet veroordeeld om de woning te ontruimen. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
De uitspraak benadrukt de belangenafweging tussen huurders bij beëindiging van een affectieve relatie en het belang van het minderjarige kind bij de woonplaatskeuze.
Uitkomst: De vrouw mag de huurovereenkomst voortzetten met uitsluiting van de man vanwege het belang van het minderjarige kind.