Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Woonbron ontbinding van de huurovereenkomst met twee huurders na een politie-inval waarbij wapens, drugs en drugsmaterialen in de huurwoning werden aangetroffen. De woning werd daarmee onderdeel van het criminele circuit, wat gevaar opleverde voor de omgeving.
De kantonrechter oordeelt dat beide huurders tekortgeschoten zijn in de nakoming van de huurovereenkomst, maar ontbindt deze slechts ten aanzien van de huurder die verantwoordelijk is voor de criminele activiteiten. De andere huurder, die verklaart niets van de wapens en drugs te weten en contact met de medehuurder heeft verbroken, mag met haar twee minderjarige kinderen in de woning blijven.
De rechter weegt mee dat de verantwoordelijke huurder niet zal terugkeren en dat het signaal aan de buurt dat criminele activiteiten niet worden getolereerd ook zonder volledige ontbinding kan worden afgegeven. Proceskosten worden verdeeld waarbij Woonbron de kosten van de niet-verstek verleende huurder moet betalen en de verstek verleende huurder de kosten van Woonbron.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en legt een termijn van veertien dagen op voor het verwijderen van eventuele spullen van de vertrokken huurder.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden voor één huurder die de woning moet verlaten, terwijl de andere huurder met haar kinderen mag blijven wonen.