Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2024 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Inleiding
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser werd door verweerder beboet wegens het niet nemen van passende maatregelen na vaststelling van ernstige voetzoollaesies bij vleeskuikens op zijn bedrijf. De NVWA-dierenarts constateerde in 2020 en 2021 hoge scores voetzoollaesies die wezen op slechte dierenwelzijnsomstandigheden. Eiser betwistte de methode van vaststelling en deskundigheid van de toezichthouder, maar de rechtbank oordeelde dat de toezichthouder bevoegd was en de steekproefmethode passend.
De rechtbank stelde vast dat de voetzoollaesiescores ver boven de wettelijke norm lagen, wat duidt op ernstige dierenwelzijnsproblemen. De verplichting van eiser was om passende maatregelen te nemen om het welzijn te verbeteren, wat niet is gebeurd. De rechtbank verwierp het betoog dat het bewijs onvoldoende was en dat de toezichthouder moest worden opgeroepen.
De boete werd gehandhaafd omdat de overtreding duidelijk was vastgesteld en eiser de hoogte van de boete niet betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €4.500,- wegens het niet nemen van passende maatregelen tegen ernstige voetzoollaesies.