Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de brief van 16 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €6.100,56 voor de huur van steigermateriaal, vermeerderd met wettelijke handelsrente en incassokosten, van gedaagde die dit volgens eiseres heeft gehuurd voor een project in Arnhem.
Gedaagde betwist de huurovereenkomst en stelt dat een ander bedrijf het steigermateriaal heeft gehuurd en dat de overeenkomst op 3 maart 2023 is opgezegd. Tevens wordt een schade aan een stoeprand aangevoerd.
De kantonrechter oordeelt dat het steigermateriaal door gedaagde is gehuurd, mede op basis van e-mailcorrespondentie en het feit dat de huurovereenkomst op naam van gedaagde is gesteld. De opzegging op 3 maart 2023 is onvoldoende onderbouwd en wordt verworpen. De schadeclaim wordt niet erkend omdat geen tegenvordering is ingesteld.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de volledige facturen, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurkosten, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.