Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 april 2023, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met bijlagen;
- de griffiersbrief van 6 november 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie.
2.De feiten
De vloer […] helt als gevolg van scheefstand van de woonruimte” met in de toelichting “
Het betreft hier situaties dat de hele woonruimte scheef staat”. Het gaat bij dit gebrek (CH1) dus niet om scheefstaande of scheve vloeren maar om hellende vloeren ten gevolge van scheefstand van de woning. Daarvan blijkt hier echter geen sprake: uit het onderzoeksrapport volgt voorts “
dat de vloeren doorgebogen zijn en veren” (p.2), hetgeen zou kunnen kwalificeren als CH2: ernstig doorveren “
als gevolg van verminderd draagvermogen van de daaronder gelegen (draag)constructie”, maar deze kwalificatie acht zij bij nadere bestudering niet toepasselijk. Enerzijds nu een alinea verder de eerder genoemde “
geringe doorvering” wordt gerapporteerd en anderzijds de draagconstructie van de vloer in het onderzoeksrapport geen onderwerp van klacht, debat of onderzoek is (geweest). De commissie volgt daarom de rapporteur in diens oordeel dat dit klachtonderdeel niet ernstig (genoeg) is, in de zin van het Gebrekenboek, om tijdelijke huurprijsvermindering redelijkerwijs te rechtvaardigen.
3.Het geschil
in conventie– gevorderd bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in reconventie– gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Havensteder te veroordelen tot het egaliseren van de vloer van de woonkamer van het gehuurde binnen een maand na betekening van het te wijzen vonnis, dit op straffe van een dwangsom van € 100,- per maand dat Havensteder nalaat niet aan deze veroordeling te voldoen, met veroordeling van Havensteder in de kosten van de procedure.
4.De beoordeling
welgekwalificeerd kan/kunnen worden als een ernstig onderhoudsgebrek zoals omschreven in het gebrekenboek van de Huurcommissie.
ECLI:NL:HR:1992:ZC0729) en, voorts, dat de rechter enkel heeft te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan (zie
ECLI:NL:HR:2017:404). Dit klemt te meer nu [persoon A] , als al opgemerkt, haar producties, in afwijking van de hoofdregel van artikel 85 Rv Pro, niet schriftelijk in het geding heeft gebracht maar slechts digitaal, op een tweetal usb-sticks.