De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige onder toezicht gesteld tot 21 december 2024. De minderjarige verblijft op een gesloten groep en vertoont positieve ontwikkelingen zoals betere schoolgang en minder weglopen.
Tijdens de zitting waren de minderjarige, zijn ouders, vertegenwoordigers van de GI en zijn advocaat aanwezig. Alle betrokkenen stemden in met het verzoek, waarbij werd benadrukt dat een passende open groep als vervolgplek belangrijk is voor verdere ontwikkeling.
De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. Gezien de positieve ontwikkelingen en de noodzaak om de vooruitgang voort te zetten, werd de voorwaardelijke machtiging verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Omdat de voorwaardelijke machtiging is verleend, ziet de kinderrechter af van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, conform eerdere jurisprudentie. Het verzoek tot uithuisplaatsing wordt daarom afgewezen.
De beschikking is op 18 september 2024 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.P. van der Stroom en griffier V. Lankhaar, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.