Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[verweerster 1],
1.De procedure
- het verzoekschrift, ontvangen op 10 mei 2024, met bijlagen;
- het verweerschrift van [verweerster 2] van 26 augustus 2024, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van een erfgenaam om op grond van artikel 4:198 BW Pro te bepalen dat zij als enige de bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap mag uitoefenen. De nalatenschap is beneficiair aanvaard en er bestaat onenigheid tussen de erfgenamen over de afwikkeling.
De kantonrechter benadrukt dat artikel 4:198 BW Pro uitgaat van gezamenlijke uitoefening van vereffenaar bevoegdheden door alle erfgenamen, tenzij de kantonrechter anders bepaalt. De bevoegdheid om hiervan af te wijken is beperkt en bedoeld voor situaties waarin een of meer vereffenaars niet beschikbaar of niet in staat zijn om gezamenlijk op te treden.
In deze zaak is sprake van een geschil tussen erfgenamen, waarvoor de wet andere voorzieningen kent, zoals de mogelijkheid tot benoeming van een professionele vereffenaar op grond van artikel 4:203 lid 1 BW Pro. De kantonrechter wijst het verzoek daarom af en adviseert partijen om in overleg of via mediation tot een oplossing te komen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om één erfgenaam exclusief als vereffenaar aan te wijzen wordt afgewezen en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.