ECLI:NL:RBROT:2024:10403

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 oktober 2024
Publicatiedatum
21 oktober 2024
Zaaknummer
11345811
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing meerderjarigenbewind wegens agressief gedrag betrokkene

De bewindvoerder heeft bijna drie jaar het meerderjarigenbewind gevoerd over de goederen van betrokkene, die in deze periode dakloos was en maandenlang in detentie verbleef. Betrokkene handelde vaak zonder overleg, wisselde van studie en werk, en voldeed niet aan uitkeringsvoorwaarden. De bewindvoerder probeerde steeds de financiële situatie te stabiliseren, maar de situatie escaleerde door agressief gedrag van betrokkene.

Betrokkene bedreigde de bewindvoerder via WhatsApp-berichten met grove taal en dreigementen, wat de bewindvoerder ertoe bracht het verzoek tot opheffing van het bewind in te dienen. De kantonrechter oordeelde dat het gedrag van betrokkene het functioneren van de bewindvoerder ernstig belemmert en dat ook een toekomstige bewindvoerder met vergelijkbare problemen te maken zal krijgen.

Daarom werd het bewind per 19 oktober 2024 opgeheven. De bewindvoerder moet vóór 1 januari 2025 eindrekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter. Betrokkene is gewaarschuwd dat een nieuw verzoek tot onderbewindstelling slechts in uitzonderlijke gevallen zal worden overwogen, mits betrokkene aantoonbaar inzicht toont en zich aan afspraken houdt.

Uitkomst: Het meerderjarigenbewind wordt per 19 oktober 2024 opgeheven wegens agressief gedrag van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11345811 GZ VERZ 24-7486
registernummer: BM 40684
uitspraak: 18 oktober 2024
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake opheffing meerderjarigenbewind
over de goederen van:

[naam betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen betrokkene.

Verloop van de procedure

Op 8 oktober 2024 is ter griffie het verzoek ontvangen van de bewindvoerder, Balans Financiële Zekerheid B.V. gevestigd te Geldermalsen, om het bij beschikking door de kantonrechter te Rotterdam d.d. 1 december 2021 ingestelde bewind over zijn goederen op te heffen.
Vanwege de spoedeisendheid (zoals blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, zie hieronder), ziet de kantonrechter geen aanleiding om een zitting te bepalen en zal zij op grond van de stukken beslissen.

Beoordeling van het verzoek

De bewindvoerder voert aan dat zij bijna 3 jaar bewindvoerder is over de goederen van betrokkene. Een periode waarin betrokkene dakloos is geweest, maandenlang in detentie heeft verbleven, terwijl de bewindvoerder telkens weer heeft geprobeerd zijn financiële situatie te stabiliseren en te verbeteren. Betrokkene handelt geregeld eigenhandig zonder enig overleg met zijn bewindvoerder, start studies, stopt er weer mee, werkt wel en dan weer niet en voldoet om een uitkering te verkrijgen lange tijd niet aan de voorwaarden.
De bewindvoerder bleef altijd bereid te zoeken naar oplossingen, maar betrokkene heeft nu de grens bereikt. Onvrede slaat om in agressie. Via Whatsapp berichten, waarvan hij de meeste direct weer verwijdert, uit hij dreigementen. Uit de niet verwijderde berichten blijkt dat betrokkene het volgende aan zijn bewindvoerder heeft gestuurd:
“08-10-2024 11:04 - [naam betrokkene] : Ik zeg je eerlijk als je geen probleem wilt maak over wat op me rekening staat
08-10-2024 11:04 - [naam betrokkene] : Anders zie ik je je snel geloof me dat wilt je niet
08-10-2024 11:05 - [naam betrokkene] : Ben het zat a mattie ben geen kanker kind he beter maak je over anders zie je wel
08-10-2024 11:05 - [naam betrokkene] : Vanzelf
08-10-2024 11:05 - [naam betrokkene] : Wat er gaat gebeuren
08-10-2024 11:06 - [naam betrokkene] : Maak over broer
08-10-2024 11:06 - [naam betrokkene] : 80€ van die kanker werk
08-10-2024 11:06 - [naam betrokkene] : Op mijn moeder als het vandaag niet is overgemaakt je ziet vanzelf.”
De bewindvoerder is niet langer bereid om als bewindvoerder voor betrokkene te blijven werken en verzoekt om ontslag per direct dan wel opheffing van de maatregel, omdat het bewind ook bij een volgende bewindvoerder onwerkbaar zal zijn.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Door de gedragingen van betrokkene kan de bewindvoerder haar taak al langere tijd niet naar behoren uitvoeren. De bewindvoerder heeft veel geduld met betrokkene gehad en begrijpelijk is dat de maat voor de bewindvoerder nu vol is. Omdat betrokkene de bewindvoerder ernstig heeft bedreigd, ligt het in de lijn der verwachting dat het bewind door het gedrag van betrokkene ook bij een andere bewindvoerder onwerkbaar zal zijn. Hierin ziet de kantonrechter aanleiding om het bewind op te heffen. Vanwege de dreigende houding van betrokkene zal de kantonrechter bepalen dat de bewindvoerder eindrekening en verantwoording moet afleggen aan de kantonrechter en niet aan betrokkene.
Gelet op het voorgaande en tegen de achtergrond van de bedreigingen van betrokkene aan het adres van de bewindvoerder acht de kantonrechter van belang betrokkene te wijzen op het volgende. Mocht hij een nieuwe bewindvoerder bereid vinden om hem nog een kans te geven, dan zal dat hernieuwde verzoek tot onderbewindstelling, gelet op de redenen van beëindiging slechts in een zeer uitzonderlijk geval in overweging zal worden genomen. Dat wil zeggen als voldoende aannemelijk wordt dat betrokkene aantoonbaar inzicht heeft gekregen in zijn eigen gedragingen en zich in het vervolg aan de afspraken met zijn bewindvoerder zal houden en geen ongepaste taal laat staan bedreigingen meer uit.

Beslissing

De kantonrechter
heft per 19 oktober 2024 het bewind over de goederen van betrokkene op;
bepaalt dat de inschrijving van het bewind in het openbaar Centraal Curatele- en Bewindregister door de griffier ongedaan zal worden gemaakt;
bepaalt dat de bewindvoerder vóór 1 januari 2025 eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de kantonrechter.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
834
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.