ECLI:NL:RBROT:2023:9633
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet toekennen dwangsom wegens premature ingebrekestelling
Eiser heeft op 1 mei 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd en ontving op 19 juli 2021 een aanslag voor leges. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde verweerder op 14 december 2021 in gebreke met het verzoek om een dwangsom. Verweerder verlaagde de aanslag leges, maar wees het verzoek om een dwangsom af. Eiser stelde beroep in tegen het niet toekennen van de dwangsom.
De rechtbank behandelde het beroep op 18 september 2023 en oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, namelijk ruim vóór het einde van de beslistermijn. Volgens vaste rechtspraak is een prematuur ingediende ingebrekestelling niet geldig in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is verweerder geen dwangsom verschuldigd.
Hoewel eiser betoogde dat de beslistermijn op 17 november 2021 eindigde, stelde de rechtbank vast dat dit onjuist was en dat de beslistermijn volgens artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet op 31 december 2021 eindigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank bepaalde wel dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.