Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 18 april 2023), met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de mails van [verzoeker01] van 27 en 29 juni, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer was in dienst bij Maasdelta op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van juni 2022 tot mei 2023. Op 24 februari 2023 werd hij op staande voet ontslagen wegens herhaald werkverzuim, omdat hij op 21 tot 23 februari 2023 zonder geldige reden niet op het werk verscheen. De werknemer betwistte het ontslag en vorderde een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en loonstroken.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was omdat Maasdelta de arbeidsovereenkomst onverwijld opzegde om een dringende reden en deze reden onverwijld meedeelde. De werknemer had eerder in oktober 2022 ook zonder bericht verzuimd te verschijnen en was ondanks waarschuwingen en een sommatie opnieuw drie dagen afwezig zonder geldige reden. De werknemer voerde een ziekmelding aan, maar dit was onvoldoende onderbouwd en werd door Maasdelta betwist.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer onvoldoende oog had voor de belangen van Maasdelta en dat het herhaald werkverzuim ernstig genoeg was om het dienstverband te beëindigen. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en psychische problemen, stonden het ontslag niet in de weg. Ook het opzegverbod bij ziekte was niet van toepassing bij ontslag op staande voet.
Alle verzoeken van de werknemer tot vergoeding werden afgewezen omdat het ontslag rechtmatig was en geen sprake was van strijdigheid met de wet. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Maasdelta werden vastgesteld op €529,- plus een bedrag voor toekomstige kosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig verklaard en alle verzoeken van de werknemer zijn afgewezen.