Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer S. Kaplan, werkzaam bij Erasmus Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van haar schulden. De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet langer kan betalen en dat zij te goeder trouw is geweest in de afgelopen drie jaar, ondanks een bijzondere schuld aan haar broer die niet te goeder trouw is ontstaan.
De schuld aan Stichting Mijn Geldkompas, een bedrag van €30.000, betreft gelden die bedoeld waren voor het levensonderhoud van haar broer met een ernstige meervoudige beperking. Verzoekster droeg mede verantwoordelijkheid omdat haar overleden echtgenoot het beheer over de financiën van haar broer had en gelden onttrok. Verzoekster heeft echter wel aanzienlijke aflossingen gedaan.
Gezien de aard van deze schuld en de belangen van zowel verzoekster als haar broer, bepaalt de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling voor een langere periode van drie jaar moet worden toegepast. De rechtbank benoemt tevens een rechter-commissaris en kent een voorschot toe aan de bewindvoerder. Het verzoek wordt daarmee toegewezen met een termijn van 36 maanden.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen voor een termijn van drie jaar.