ECLI:NL:RBROT:2023:8922

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
10543081 / CV EXPL 23-16082
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 147 lid 1 RvArt. 71 lid 1 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van verzetzaak naar juiste kamer wegens absolute bevoegdheid

Op 27 januari 2023 heeft eiseres een dagvaarding betekend aan gedaagde bij het team Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam. De enkelvoudige kamer van dat team wees op 15 maart 2023 een verstekvonnis. Gedaagde bracht vervolgens een verzetdagvaarding in bij de kantonrechter, wat eiseres betwistte omdat de verzetdagvaarding bij dezelfde kamer als het verstekvonnis had moeten worden ingediend.

De kantonrechter oordeelt dat de verzetdagvaarding ten onrechte niet bij het team Handel en Haven is ingediend, aangezien de verzetprocedure de instantie heropent en voortzet bij dezelfde kamer (artikel 147 lid 1 Rv Pro). Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar het team Handel en Haven conform artikel 71 lid 1 Rv Pro.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres in het incident, vastgesteld op €199,- tot de uitspraak en €99,50 voor kosten na deze uitspraak. De zaak wordt verwezen naar de civiele rol van het team Handel en Haven met een zitting op 20 september 2023. Partijen worden gewezen op de verplichting tot bijstand door een advocaat en de griffierechtbetaling door gedaagde.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het team Handel en Haven en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10543081 / CV EXPL 23-16082
datum uitspraak: 8 september 2023
Vonnis in het incident van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats 1],
eiseres,
gemachtigde: mr. J.X.C. Peters te Woudenberg,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats 2],
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.H. Bijvank te Rotterdam.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 januari 2023, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van 15 maart 2023 van de enkelvoudige kamer van deze rechtbank met zaaknummer C/10/652074 / HA ZA 23-119;
  • de verzetdagvaarding van 1 mei 2023, met bijlagen;
  • de incidentele conclusie van [eiseres];
  • de reactie op de incidentele conclusie van [gedaagde].

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft op 27 januari 2023 een dagvaarding laten betekenen aan [gedaagde]. Die dagvaarding is aangebracht bij het team Handel en Haven van deze rechtbank. Vervolgens heeft de enkelvoudige kamer van het team Handel en Haven van deze rechtbank op 15 maart 2023 een verstekvonnis gewezen. Met deze zaak komt [gedaagde] in verzet tegen dat verstekvonnis. De verzetdagvaarding van [gedaagde] is aangebracht bij de kantonrechter van deze rechtbank. [eiseres] is het daar niet mee eens; volgens haar had [gedaagde] de verzetdagvaarding moeten aanbrengen bij de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen. Daarom eist [eiseres] dat deze zaak wordt verwezen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank. [gedaagde] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
De zaak wordt verwezen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank
2.2.
[gedaagde] heeft zijn verzetdagvaarding ten onrechte bij de kantonrechter van deze rechtbank aangebracht. Het verstekvonnis is immers gewezen door de enkelvoudige kamer van het team Handel en Haven van deze rechtbank en daarom had de verzetdagvaarding ook bij het team Handel en Haven van deze rechtbank moeten worden aangebracht. Door het verzet wordt de instantie immers heropend en wordt de verstekprocedure voortgezet (zie artikel 147 lid 1 Rv Pro). Dit betekent dat de kantonrechter de zaak met toepassing van artikel 71 lid 1 Rv Pro naar het team Handel en Haven van deze rechtbank verwijst.
[gedaagde] moet de proceskosten van [eiseres] in het incident betalen
2.3.
Omdat [gedaagde] de verzetdagvaarding ten onrechte niet bij het team Handel en Haven van deze rechtbank heeft aangebracht, moet [gedaagde] de proceskosten van [eiseres] in het incident betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres] tot vandaag vast op € 199,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt). Voor kosten die [eiseres] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 99,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).

3.De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
3.1.
wijst de vordering tot verwijzing van de zaak naar het team Handel en Haven van deze rechtbank toe;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 199,00;
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de civiele rol van het team Handel en Haven van deze rechtbank van
woensdag 20 september 2023 om 10:00 uur;
3.4.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure door een advocaat moeten worden bijgestaan;
3.5.
wijst [gedaagde] erop dat hij griffierecht moet betalen van € 86,00 omdat deze zaak is verwezen en hij op basis van een toevoeging procedeert, welk bedrag binnen vier weken na de hiervoor genoemde roldatum moet zijn betaald en waarvoor [gedaagde] een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) zal ontvangen;
3.6.
draagt de griffier op om de processtukken en een afschrift van dit vonnis tijdig voor de genoemde rolzitting toe te sturen aan de griffier van het team Handel en Haven van deze rechtbank.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
38671