Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 november 2022, met bijlagen;
- de rolbeslissing van de kantonrechter van 28 december 2022;
- het herstelexploot van 10 januari 2023;
- het antwoord;
- de mail van [eiseres01] van 14 april 2023, met een bijlage.
- [eiseres01] , [naam01] , M.A. Budak (tolk) met mr. Y.E. Palit en
- [gedaagde01] met mr. M.R. Dill.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde01] te veroordelen tot nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst van 28 april 2022, waaronder het leveren van een vergelijkbare woning en het uitkeren van de verbeurde boetes aan [eiseres01] , op straffe van een dwangsom van € 150,- per dag;
- [gedaagde01] te veroordelen aan [eiseres01] een schadevergoeding te betalen van € 15.000,-;
- voor recht te verklaren dat [gedaagde01] een (eenmalige) schadevergoeding is verschuldigd van € 5.000,-;
- voor recht te verklaren dat [gedaagde01] met ingang van 31 juli 2022 aan [eiseres01] een vergoeding betaalt van € 750,- per verstreken week;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente aan [eiseres01] vanaf 31 juli 2022 tot aan de dag van volledige betaling;
- [gedaagde01] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.902,25, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2022;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten met rente en nakosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.