Uitspraak
OneCentral B.V. (OneCentral), te Rotterdam, verzoekster
de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
[Naam] ([derde partij]), te Amsterdam.
Inleiding
[naam].
Wettelijk kader en voorgeschiedenis
Beoordeling door de voorzieningenrechter
e-mailbericht verzonden:
De ACM is op deze aanvullende argumentatie ter zitting ingegaan naar aanleiding van vragen hierover van de voorzieningenrechter. Omdat [derde partij] als derde partij, die zelf geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de ACM op haar aanvraag om handhaving, uitsluitend standpunten kan innemen die de lastoplegging door de ACM ondersteunen, valt ook niet goed in te zien in hoeverre zij door de nadere toelichting van OneCentral van haar standpunt is benadeeld nu de ACM ter zitting wel afdoende heeft kunnen reageren op de aanvullende argumentatie van OneCentral.
28 augustus 2023 laten weten of zij in de voorliggende zaken een verzoek doet tot rechtstreeks beroep (artikel 7:1a van de Awb), zodat de voorzieningenrechter uitspraak zou kunnen doen in de hoofdzaken (artikel 8:86 van Pro de Awb). OneCentral heeft de voorzieningenrechter bericht dat zij de ACM verzoekt in te stemmen met rechtstreeks beroep. De ACM heeft ter zitting aangegeven op voorhand in te stemmen met een dergelijk verzoek om rechtstreeks beroep, dit onder de voorwaarde dat bij de lastoplegging een verwijzing naar randnummer 280 van het Marktanalysebesluit wordt ingelezen. De voorzieningenrechter vat deze instemming aldus op dat de ACM akkoord is met rechtstreeks beroep, tenzij de lastoplegging geen stand zou kunnen houden omdat de last zelf onvoldoende duidelijk is. Omdat ter zitting door de ACM is verwezen naar randnummer 280 van het Marktanalysebesluit acht de voorzieningenrechter een eventueel gebrek op dit onderdeel geheeld, zodat is voldaan aan de voorwaarde die de ACM heeft gesteld aan rechtstreeks beroep. Gelet hierop houdt de voorzieningenrechter het ervoor dat in beide zaken sprake is van een rechtstreeks beroep.
Wel betekent dit dat de ACM zich na inwerkingtreding van de Gedelegeerde Verordening diende te bezinnen over wat er verder met het Marktanalysebesluit diende te gebeuren. Voor intrekking van het marktanalysebesluit zou dan een besluit als bedoeld in artikel 6a.3 (oude en nieuwe tekst) van de Tw nodig zijn. Dit brengt met zich dat bij gebrek aan nadere besluitvorming het Marktanalysebesluit van kracht is gebleven voor zover dit in stand is gelaten door een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (zie ECLI:NL:CBB:2018:478), dit met uitzondering van de tarieven voor zover daarover met de Gedelegeerde Verordening is beslist door de Europese Commissie. Steun voor deze tekstuele uitleg van het Verlengingsbesluit is te vinden onder overweging 6 daarvan, want daarin is vermeld dat indien de ACM na kennisneming van de gedelegeerde handeling aanleiding ziet om te onderzoeken of aanvullende verplichtingen nodig zijn zij dan kan besluiten een marktanalyse te starten. In april 2023 is de ACM deze marktanalyse gestart.
De in dat kader hiervan te verrichten evenredigheidstoets vergt een toetsing aan geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid (ECLI:NL:RVS:2022:285).
De voorzieningenrechter acht het goed mogelijk dat de lastoplegging niet aan deze Unierechtelijke trits voldoet, mede gelet op de nog niet door de ACM verrichte drietrapstoets als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de telecomcode die globaal correspondeert met de eisen van geschiktheid en noodzakelijkheid.
In onderdeel c van dictumpunt VII is bepaald dat deze verplichting mede inhoudt dat aanbieders van gespreksafgifte voorzien in directe interconnectie (in de vorm van een directe fysieke koppeling, op verzoek van toegangvragende partijen) opdat het netwerk van de toegangverzoekende partij rechtstreeks gekoppeld kan worden aan het netwerk van de aanbieder van gespreksafgifte, hieronder wordt ook het uitvoeren van testen begrepen.
De voorzieningenrechter zal daarom het besluit van 16 augustus 2023 vernietigen.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen het besluit 23 juni 2023 tot lastoplegging en het besluit van 16 augustus 2023 tot publicatie daarvan gegrond;
- vernietigt de besluiten 23 juni 2023 en 16 augustus 2023;
- verklaart het beroep in zaak 23/4905 voor zover gericht tegen het ingetrokken besluit van 12 juli 2023 niet-ontvankelijk;
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de ACM aan OneCentral het betaalde griffierecht van € 365 vergoedt;
- veroordeelt de ACM in de proceskosten van OneCentral tot een bedrag van € 2.511.