Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde (brandstichting met gemeen gevaar voor goederen);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, locatieverbod, dagbesteding en meewerken aan een IFA-traject indien de toezichthouder het nodig acht;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 13/311631-22;
- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis bij uitspraak.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9..Vordering tenuitvoerlegging
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.. Bijlagen
12.. Beslissing
jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
64 (vierenzestig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
€ 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij01] te betalen
€ 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
11 dagen;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 28 dagen, van de bij vonnis van 22 februari 2023 van de politierechter in de rechtbank Amsterdam aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf (parketnummer 13/311631-22); bepaalt dat deze gevangenisstraf wordt omgezet in
jeugddetentie voor de duur van 28 dagen.