Op 27 september 2022 werd in een zeecontainer met een waarde van ruim drieëndertig miljoen euro circa 1346,9 kilogram cocaïne aangetroffen. Verdachte was chauffeur van de vrachtwagen die de container vervoerde en werd aangehouden bij een loods in Nederland. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes jaar wegens verlengde invoer van harddrugs, stellende dat verdachte wetenschap had van de drugs en voorwaardelijk opzet op het vervoer.
De rechtbank overwoog dat verdachte verdachte omstandigheden vertoonde, zoals het ontbreken van ladingspapieren, het pas kort voor aankomst weten van de bestemming en het direct inrijden van de loods zonder controle. Uit telefoongegevens bleek contact met personen die verwezen naar de container en belangrijke afspraken. Desondanks vond de rechtbank het bewijs onvoldoende om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte wetenschap had van de drugs en beschikkingsmacht over de lading.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en geen wetenschap bezat. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast werd de inbeslaggenomen iPhone 7 aan verdachte teruggegeven. Hiermee werd het primaire tenlastegelegde niet bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken.