ECLI:NL:RBROT:2023:7245
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter inzake niet-behandeling beroepschrift door rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn beroepschrift tegen een besluit van Stichting Zorgkantoor Menzis niet in behandeling nam. De rechtbank had eerder aangegeven dat verzoeker stelselmatig misbruik maakt van recht door herhaaldelijk beroep te doen op betalingsonmacht om griffierecht te ontlopen.
De wrakingskamer overwoog dat alleen rechters die een zaak behandelen kunnen worden gewraakt en dat de beslissing om geen zaak aan te leggen een rechterlijke beslissing is die niet door een griffier kan worden genomen. De wrakingskamer stelde vast dat de beslissing om het beroepschrift niet in behandeling te nemen toerekenbaar is aan de rechtbank en dat het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld moest worden.
De wrakingskamer oordeelde dat de aangevoerde gronden niet voldeden aan de hoge drempel voor wraking, omdat geen aanwijzingen waren voor rechterlijke vooringenomenheid. Tevens verklaarde de kamer verzoeker niet-ontvankelijk voor het wrakingsverzoek tegen de president van de rechtbank, omdat deze niet betrokken was bij de zaak.
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd geannuleerd en de kamer bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen vanwege misbruik van recht door verzoeker. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het wrakingsverzoek tegen de president; een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.