Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[bedrijf01] .,
2.[persoon02] ,
- de heer [persoon01] , vergezeld van zijn vader en bijgestaan door zijn gemachtigde; en
- de heer [persoon02] .
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser, huurder, de terugbetaling van het nog niet betaalde deel van de waarborgsom van €500 van een huurwoning. Verweerder, verhuurder en mede-eiser in reconventie, stelt dat hij extra kosten van €1.750 heeft gemaakt voor het verkrijgen van een vergunning om de woning aan drie personen te verhuren en wil deze kosten verrekenen met de waarborgsom. Daarnaast vordert hij het meerdere van €1.250 als tegeneis.
De kantonrechter oordeelt dat de waarborgsom niet bedoeld is voor verrekening van dergelijke kosten. Bovendien is onvoldoende onderbouwd dat de verhuurder daadwerkelijk zeven uur tegen een dagtarief van €2.000 heeft besteed aan de vergunning. Werkzaamheden voor het verkrijgen van een verhuurvergunning vallen onder de normale taken van een verhuurder en kunnen niet aan de huurder worden doorberekend.
De kantonrechter veroordeelt verhuurder hoofdelijk tot betaling van het resterende bedrag van €500 met wettelijke rente en €75 aan buitengerechtelijke incassokosten aan huurder. Het beroep op verrekening en de tegeneis worden afgewezen. Verhuurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van huurder tot op heden worden vastgesteld op €804,59. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verhuurder moet €500 waarborgsom met rente en incassokosten aan huurder terugbetalen en proceskosten vergoeden; verrekening kosten vergunning afgewezen.