ECLI:NL:RBROT:2023:6641
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting ongegrond en deels niet-ontvankelijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam, waarvan drie aanslagen op tijdige wijze zijn overgelegd en één niet. De rechtbank verklaart het beroep tegen het onbekende besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van het besluit.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de beroepen tegen de drie naheffingsaanslagen die zijn vernietigd door verweerder uit coulance. Eiser betoogt dat het grote aantal naheffingsaanslagen onredelijk is en strijdig met het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel, mede vanwege het gebruik van scanauto's waardoor tijdsverloop ontstaat tussen parkeren en naheffing.
Verweerder stelt dat de naheffingsaanslagen gebonden besluiten zijn en dat de wetgever het tijdsverloop heeft voorzien, waardoor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is. De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd en het beroep op proceskostenvergoeding faalt omdat de vernietiging uit coulance is geschied.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, het beroep tegen het onbekende besluit niet-ontvankelijk, en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden ongegrond verklaard en het beroep tegen het onbekende besluit niet-ontvankelijk.