Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 mei 2023, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser01] ;
- de aantekeningen / het antwoord van [gedaagde01] .
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert verhuurder de ontruiming van een bedrijfsruimte wegens huurachterstand en weigering tot betaling van de huurprijs door de huurder. De huurder beroept zich op opschorting van de huur vanwege gebreken aan het gehuurde, maar heeft geen concrete gebreken gespecificeerd of onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat de huurachterstand van acht maanden substantieel is en dat de huurder niet aannemelijk heeft gemaakt dat er zodanige gebreken zijn die opschorting rechtvaardigen. De huurder heeft pas laat schimmelvorming en scheefstand genoemd, zonder bewijsstukken. Verhuurder heeft herstelmaatregelen getroffen en betwist de ernst van de gebreken.
Gezien de omvang van de huurachterstand en het ontbreken van een rechtvaardiging voor opschorting, oordeelt de rechtbank dat de ontruimingsvordering toewijsbaar is. De ontruiming dient binnen veertien dagen na betekening van het vonnis plaats te vinden. Tevens wordt de huurachterstand met wettelijke rente toegewezen, terwijl een buitengerechtelijke kostenvergoeding deels wordt afgewezen en een boete wordt gematigd wegens disproportionaliteit.
De proceskosten worden aan huurder opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand met rente en proceskosten.