ECLI:NL:RBROT:2023:5981
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajonguitkering wegens onvoldoende studietijd voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft een aanvraag voor een Wajonguitkering ingediend die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde van minimaal zes maanden studeren in het jaar direct voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
Feitelijk stond vast dat eiseres op 2 juli 2003 haar diploma behaalde en dat haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 17 april 2004 was. De rechtbank concludeerde dat eiseres slechts drie maanden had gestudeerd in het jaar voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid, waarmee zij niet voldeed aan de wettelijke eis uit artikel 1a:1 van de Wet Wajong.
Eiseres stelde dat het kalenderjaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid relevant was en dat zij op grond van het tweede lid van artikel 1a:1 alsnog recht had op een uitkering. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat de wet de periode van twaalf maanden direct voorafgaand aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid voorschrijft en het tweede lid alleen van toepassing is indien aan de studeervereiste is voldaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. De rechtbank wees ook een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Dingemanse op 12 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Wajonguitkering wegens onvoldoende studietijd voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid.