De Koepel huurt sinds 1999 een woning van Woonbron met de verplichting deze slechts als onzelfstandige woonruimten te verhuren. In 2021 meldde de gemeente dat de woning als zelfstandige woning was onderverhuurd aan een derde, wat in strijd is met de huurovereenkomst. Woonbron verzocht De Koepel de situatie te herstellen, waarbij een hersteltermijn werd gesteld.
De Koepel gaf aan dat de situatie voortkwam uit een noodsituatie en tijdelijk was, maar dit duurde langer door de pandemie. Ondanks afspraken en verlengingen is de situatie niet hersteld en woont de onderhuurder nog steeds in de woning. De Koepel heeft niet kunnen aantonen dat zij toestemming had van Woonbron voor de zelfstandige onderverhuur.
De rechtbank oordeelt dat De Koepel haar verplichtingen schendt door de woning als zelfstandige woonruimte te verhuren zonder toestemming, wat een ernstige tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De gevorderde ontruiming en betaling van lopende huur worden toegewezen, evenals proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.